TERUG


 

WORKSHOP SLEEN.

Woensdag 9 oktober 2013.

Kantsoort: SCHNEEBERG.

We maken het kloswerk in twee kleuren, totaal 13 paar klossen. Voor de staande paren 4 paar in kleur no.1, voor de loper en de vlecht 3 paar in kleur no.2, voor het linnenbandje 3 paar kleur no.1 en 3 paar van kleur no.2. Deze kant wordt gewerkt in linnenslag, hele slag of dubbele netslag en een vlecht rondom. Daar waar in het patroon een lijn loopt, werken we de hele slag. Daarbij is van belang dat de staande paren in een mooie vloeiende lijn het patroon volgen. Daarom moeten we tussen de paren ons looppaar evenveel draaien, het aantal draaien bepalen we aan de breedte van het bandje. Daar waar in het bandje geen lijn staat klossen we linnenslag. We beginnen bij A met 5 paar klossen 4 paar in de kleur no.1 en 1 paar in de kleur no.2, we werken de linnenslag en keren om de speld en draaien daar twee maal. Bij de lijn in het patroon gaan we verder in hele slag tot punt B.
Daar leggen we 2 paar in de kleur no.1, in en 4 paar in de kleur no.2 voor de vlecht . Deze 4 paar leggen we uiteen, zodat we twee paar voor de vlecht hebben en twee paar voor het bandje dat daar begint. De twee paar in de kleur no.1 zijn ook voor het bandje. We klossen eerst het klepgedeelte tot we bij het tas gedeelte komen. Nu eerst terug naar punt B en het bandje klossen, we zetten het restant van de paren op die nodig zijn voor het bandje en klossen in linnenslag en keren om de speld. Het is het mooiste als we eerst het bandje klossen en dan verder gaan met het binnen gedeelte, we hangen dan de laatste 2 paar in kleur no.2 op om de vlechtverbindingen te maken. De vlecht langs het kantwerk is ter versteviging van de kant, het is belangrijk dat we goed aanwerken.
Tekening XI. Geeft aan hoe de vlecht tegen het kantwerk aanligt en hoe de speld staat, zo moet het.



Tekening X. De loper gaat naar buiten en we zetten een speld onder de loper, de vlecht werken tot op het midden van de speld. De loper 1 maal draaien en een linnenslag met het naast liggende paar van de vlecht. Tekening XI. Met het paar dat het dichts te bij het bandje ligt een hele slag werken en het bandje verder werken, let op dat de verbindende slag met de vlecht midden op de speld ligt. Daarna eerst het bandje klossen en niet de vlecht.



Tekening XII. Deze tekening geeft aan het doorvoeren van de paren, dit komen we steeds tegen bij het patroon in het midden bij . Bij het begin leggen we 2 paar in, dat is bij de kruising over het rechte bandje. Tekening XIII. Valse vlecht, in het patroon aangegeven als. Met de loper draaien en aanhechten, dan terug en aanhaken aan het draaipaar. Algemene regel, heenweg 3x gedraaid dan op de terugweg 2x draaien en aanhaken.

Afwerking - Als we afgehecht hebben, het geheel licht stijven, een mooi lapje zoeken en het kleine zakje - tasje in elkaar naaien en voeren. Er is een patroon met klep en een zonder klep in de Schneeberg-techniek als we het patroon zonder klep klossen dan eerst het bandje rondom werken, dan pas het binnen gedeelte. Probeer aan de hand van deze patronen eens een eigen invulling te geven aan het te maken kloswerk. Veel plezier met het klossen en het gebruik van de zakjes.

Bep Vianen. Oosterhesselen , 30 augustus 2013.


Patronen (1:1)

Schuif met muis op een patroon.
Re. muisknop: Afbeelding opslaan als . .