. . . . . Werk in uitvoering (8): Kerstcadeau 2015 . . . . .





Graag laten we u hier zien wat ons beweegt en hoe een kantwerk ontstaat.


Sinds 1979 ben ik lid van de dansgroep van 't Aol' Volk, een Drentse vereniging. We treden gemiddeld 35 keer per jaar op, gekleed in het Drentse kostuum van de rijke boer en boerin rond 1850.

Sinds de groep lid geworden is van de Federatie van Folkloristische Groepen in Nederland moet men aan kwalitatieve eisen voldoen op het gebied van kleding, dansen, presentatie en muziek.

Een van de onderdelen van het Drentse kostuum is de gekloste kanten muts op het oorijzer. Meestal is deze gemaakt van Beverse potkant. Dit bestaat uit een symmetrisch patroon van een pot met bloemen. Het geheel bestaat uit 10 patronen, 1 op het voorhoofd, 1 op elke zijkant van het hoofd en 1 op elk van de 7 plooien op de achterkant.

Drentse muts.

Hierdoor is de interesse in het kantklossen ontstaan. En toen ik de buurvrouw van mijn schoonzus in de supermarkt tegen kwam die het ook wou leren en wel iemand wist die les kon geven, was de stap snel gezet.

We begonnen te lessen bij Ada Mulder. Op een gegeven moment zei ze dat ze ons niets meer kon leren, en zochten en vonden we een nieuwe lerares in Bep Vianen. Ja en dan ga je natuurlijk met tule beginnen. En dat is nog steeds een van mijn favoriete kantsoorten. Na het afsluiten van deze cursus ben ik begonnen met het klossen van de strook die onderaan de muts komt. Het patroon heeft Bep voor me gevonden.
Helaas heeft het een poosje (ongeveer 10 jaar maar) boven ergens onderin de kast gelegen.Dus toen vriendin Jantje Wanningen zei: "Ik kom geregeld bij je klossen. Krijg ik mijn werkjes af en jij moet met de muts bezig!" heb ik daar dankbaar gebruik van gemaakt. Hij is nog lang niet af, maar het begin is er! En dan hebben we het over september 2016.





Wordt vervolgd.

Ria Struik